Verschillende rollen binnen het opsporingslandschap
Zowel de particulier onderzoeker als de politieagent houdt zich bezig met opsporing, maar hun werkzaamheden en bevoegdheden verschillen aanzienlijk. In deze blog leggen we de belangrijkste verschillen uit tussen beide beroepen. Want hoewel ze soms dezelfde vaardigheden gebruiken, opereren ze in verschillende kaders, met elk hun eigen verantwoordelijkheden.
Werkterrein en opdrachtgevers
Een politieagent werkt in dienst van de overheid en voert taken uit in het publieke domein. Denk aan het handhaven van de openbare orde, verkeerscontroles, opsporen van strafbare feiten en het optreden bij calamiteiten. De politieagent is bevoegd om geweld te gebruiken, verdachten aan te houden en boetes uit te schrijven. Deze bevoegdheden zijn vastgelegd in de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering.
Een particulier onderzoeker, ook wel privédetective genoemd, werkt in opdracht van particulieren of bedrijven. Denk aan werkgevers die vermoeden dat een werknemer onterecht ziek thuis zit, of aan verzekeraars die fraude willen aantonen. Particuliere onderzoekers opereren binnen het civielrechtelijke kader, zonder opsporingsbevoegdheden zoals arrestatie of fouillering.
Wie aan de slag wil als privédetective moet daarvoor gecertificeerd zijn. Via een erkende Opleiding Particulier Onderzoeker leer je alles over wet- en regelgeving, observatietechnieken, rapportage en ethisch handelen.
Bevoegdheden en juridische kaders
Het grootste verschil tussen beide beroepen zit in de bevoegdheden. De politie heeft wettelijke opsporingsbevoegdheden die de particulier onderzoeker niet bezit. Denk aan het binnentreden van een woning, het vorderen van persoonsgegevens of het gebruik van dwangmiddelen.
Een particulier onderzoeker mag uitsluitend informatie verzamelen via openbare bronnen, observatie in de openbare ruimte of gesprekken waarvoor toestemming is gegeven. Alles moet binnen de kaders van de AVG (privacywetgeving) en het Burgerlijk Wetboek blijven. De resultaten van het onderzoek kunnen wel als bewijs dienen in een rechtszaak, bijvoorbeeld bij arbeidsconflicten of fraudezaken.
Hoewel de bevoegdheden beperkter zijn, hebben particuliere onderzoekers veel vrijheid in de wijze van werken. Ze bepalen hun eigen planning, strategie en benadering van een zaak – uiteraard binnen de grenzen van de wet.
Methoden en werkwijze
Zowel politieagenten als particuliere onderzoekers maken gebruik van observatie, interviews en dossieronderzoek. Maar de context waarin deze technieken worden toegepast verschilt.
Bij de politie is de opsporing onderdeel van een breder maatschappelijk kader. Agenten worden ondersteund door collega’s, specialistische afdelingen en juridische diensten. Ze moeten zich houden aan strikte procedures en verantwoording afleggen aan het Openbaar Ministerie.
De particulier onderzoeker werkt meestal alleen of binnen een klein team. Hij of zij moet flexibel zijn, zelfstandig opereren en discreet omgaan met gevoelige informatie. Elke stap wordt zorgvuldig vastgelegd, omdat het eindrapport vaak dient als bewijsstuk bij juridische procedures.
Samenwerking en aanvulling
Hoewel ze onafhankelijk van elkaar werken, kunnen particuliere onderzoekers en politie elkaar soms aanvullen. Een particulier onderzoeker kan bijvoorbeeld waardevolle informatie verzamelen die een werkgever helpt bij een rechtszaak. In sommige gevallen kan die informatie aanleiding zijn voor verder onderzoek door de politie.
Toch is het belangrijk om te beseffen dat particuliere onderzoekers geen verlengstuk zijn van de politie. Ze werken altijd in opdracht van een private partij en zonder publieke taak of geweldsmonopolie.
De verschillen zijn dus aanzienlijk, maar beide beroepen vragen om scherpe observatie, juridische kennis en een integere werkwijze. En bovenal: de bereidheid om het hele verhaal boven tafel te krijgen – elk op hun eigen manier.
